vrijdag 13 april 2012

Dood...

De indruk die de "stille week" heeft achtergelaten, is die van heel veel mensen die de lijdensweg van Jezus "beleefden". Het alles omvattende feest van de opstanding heb ik wat gemist. Oh ja, SBS had een paasfeest. Toch is en blijft het paasevangelie "Jezus is waarlijk opgestaan."

dinsdag 6 maart 2012

Tevreden....

Vorige week teruggekomen van een verblijf aan de zuidkust van Spanje. Dat moet toch een tevreden gevoel geven. Weggaan uit een met sneeuw bedekt Nederland. Aankomen aan een zonovergoten Costa Tropical. Neen, geen vakantieverslag. Wel een vakantie-overdenking(?!).
 Op een van die mooie zonnige dagen op het dakterras van het hotel, uitkijkend over de wijde Middellandse Zee moest ik denken, dat ik wel heel tevreden kon zijn, mocht zijn. Kon en mocht zijn echter twee grootheden. Natuurlijk was ik heel tevreden, dat ik zo bevoorrecht was daar te mogen niksen. Maar als je daar zo heerlijk ligt te niksen dan dwalen je gedachten wel eens naar je verleden. en dan kom je wel eens terecht bij: Had ik niet liever dit of dat, of zus of zo. In je jonge jeugd wil je graag dit worden of dat worden. Je hebt zo je idealen. En als je daar dan op zo'n terras van een Spaans hotel over mijmert dan denk je nog wel eens, als ik dat van mijn ouders had mogen proberen.... Toch zit daar een gevaar aan. Het roept ontevredenheid op. Gisteren hoorde ik nog iemand zeggen: "Tel je zegeningen"..... Het is goed om op een Spaans dakterras te zegeningen te tellen. De eerste ligt al voor de hand. Verder is ook alles gegeven. De ontevredenheid heeft als oorsprong "Wat had ik allemaal niet kunnen bereiken?". En uiteindelijk kan ik niets bereiken, maar moet alles gegeven worden. God heeft mij dit leven gegeven.Ik moet zeggen een overvloedig leven met heel veel goede gaven. En dan opnoemen wat ik allemaal had willen bereiken?? Er was vast nooit iets van terecht gekomen.

zaterdag 4 februari 2012

Is God te vertrouwen?

Deze titel heb ik gegeven aan een stuk, dat ik aan het schrijven ben. het was de bedoeling dit als een blog te publiceren. En misschien komt het er ooit nog eens van. een feit is, dat het na een aantal weken nog steeds niet klaar is. De strekking zou kunnen worden geschetst als de zoveelste apologie. Voor wie ik het schrijf? Je vraag je dat soms wel eens af. Vaak kijk je dan naar jezelf. Wie moet er overtuigd worden van het feit dat God te vertrouwen is. Want dat is het natuurlijk waar  het op uit zal draaien. Tenminste als ik voldoe aan mijn eigen verwachting. Je kunt niet eens zeggen, dat je hooopt, dat de conclusie is, dat God te vertrouwen is. Je weet, dat God te vertrouwen is. Zelfs zonder het hele stuk te schrijven weet je, dat dat zo is. Het stuk zal nog wel even op zich laten wachten.
Een zinsnede uit het stuk is:

Uiteindelijk zal het draaien om de vraag of de mens vrijmachtig is, of de mens een product is van evolutie, of dat de mens een schepsel is.
Of dat dit de juiste vraagstelling is? Ik hoop daar in het stuk over te schrijven. De uitkomst staat voor mij in ieder geval vast: God is te vertrouwen. Dat kan voor mij ook niet anders. De zin van het leven is in het geding. Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven.

maandag 16 januari 2012

Oecumenisch.

In het kader van de week van het gebed voor de eenheid va de christenen mocht ik gisteravond een oecumenische dienst bijwonen. Al met al voor het grootste deel een dienst met teksten die voorgeschreven op papier stonden. Voor mijn komt dat nogal doods over. Is het, omdat dan van te voren vast staat, dat niemand zich ergens aan kan storen? Er zijn geen uitspraken die iemand tegen de haren in strijken. Kortom, het lijkt erop, dat de grootste gemene deler moest worden gevonden in een dienst aan het begin van de week, waarin de drang naar eenheid van de christenen centraal staat. Die eenheid lijkt te zijn gevonden in deze dienst, hoewel? De grootste gemene deler lijkt mij inhoudelijk dan nogal mager te zijn. Blijdschap over het christen zijn is wat anders dan met zoveel mogelijk (??) mensen een dienst bijwonen waarin de vorm centraal staat en de diepgang ontbreekt. Het komt ook niet nodigend over, slechts vormelijk.
Mijn christenzijn is wezensomvattend en in zijn totaliteit belangrijk, daar kan niets aan worden afgedaan. Ook niet ten gunste van de eenheid van de christenheid.

dinsdag 27 december 2011

Wees blij dat het leven geen zin heeft.

Nee, deze uitspraak is niet van mij. Ik kwam hem zomaar tegen. In het winternummer van Brabants Landschap. Als een goed vaderlander, inwoner van Brabant, als een goed christen draag je de natuur een warm hart toe. We zijn rentmeesters over de schepping en het allerminste wat je kunt doen is lid zijn van een natuurbeschermingsorganisatie. Soms wel van twee of drie. Maar goed, dan krijg je ook wat toegestuurd. Het blad van het Brabants Landschap is in ieder geval wel de moeite waard. In het winternummer komen wat filosofen aan het woord, dichters, schrijvers, wetenschappers. Over natuur, dierenwelzijn etc. Dit alles naar aanleiding van de ontwikkelingen in de vorige eeuw voor wat betreft de dierenbescherming, milieubewaking, natuurbehoud en ga zo maar door. En wie is dan de eerste in de hele rij die wat gaan vertellen in het blad? Jawel, Midas Dekker. Ik kan het niet nalaten een klein stukje van zijn artikel te citeren. Dat moet ook wel anders had ik de titel niet boven mijn blog gezet. nou ja, hier is het:
Wees blij dat het leven geen zin heeft
Aan het einde van zijn levenstrap gekomen, hoort een mens gestommel achter zich. Een nieuwe generatie is de trap voor de zoveelste keer aan het beklimmen. Met frisse moed. Weten zij veel. Maar eens zal het gestommel verstommen. Eens is het op. Eens zullen de ouden niet meer door de jongen worden vervangen. Dan is de mensheid uitgestorven. Een hele opluchting voor de dierheid en plantheid, maar het idee staat ons niet aan. Het kenmerk van de evolutie is dat ze nergens heen gaat, ze wil niks, haar kan het niet schelen of het opschiet. Een mens is niks beter dan een walvis, een walvis niks beter dan de luis op ons hoofd. Miljoenen jaren evolutie hebben de wereld geen haar beter of slechter gemaakt. Het is een moeilijk te verteren gedachte, maar het leven heeft biologisch gezien geen doel. Onze cultuur is juist doordrenkt van doelen, strategieën, uitdagingen. We willen o zo graag vooruit. Maar er is geen vooruitgang. Er is niet eens achteruitgang. Er is alleen gang. Daar moeten we het mee doen.

Hij eindigt met:
Alles wat je tijdens je leven meemaakt, laat sporen in je na, bij iedereen weer in andere mate. Met elke stap die je in de richting van het graf zet, lijk je minder op een ander en meer op jezelf, tot je eindelijk met jezelf versmelt. Dan hoeft er verder niets meer. Het is volbracht.

Wat kan het leven van een bioloog toch zinloos zijn.

zondag 25 december 2011

Season's emotions

Ik kan me ooit nog een kerstkaart herinneren met daarop de groet: "seasons greetings". Dat laat wel heel veel aan de beleving van de ontvanger over. Waar gaat het over. Dan heeft "Gezegende Kerstdagen" etc. toch wel wat meer inhoud. Nou ja, er schijnt een tendens zich te ontwikkelen in de richting van het roodborstje. Wij mochten namelijk dit jaar een aanzienlijke uitbreiding zien van het aantal kaarten met een roodborstje. Raar, want roodborstjes hebben niets met een kerstgedachte (wat of dat ook mag zijn.) Als een roodborstje een soortgenoot tegenkomt is er herrie in de tent, of wel in de tuin. Waarom tikt het roodborstje zo genoeglijk tegen het raam? Hij ziet een soortgenoot en dat is wel het laatste wat hij wil. De tuin, desnoods de wereld is van hem, van hem alleen. Nu is de kerstgedachte, neen, nu is het kerstfeit, dat Jezus naar de wereld gekomen is om de strijd aan te gaan. Niet met zijns gelijken, maar voor ons mensen. Ja, natuurlijk is hij mens geworden, maar geen individualist. Hij wil de mensen als schapen om zich heen te verzamelen, zoveel mogelijk. Hij wil voor ze zorgen, ze bevrijden van het individualisme, onder andere. Zodat we samen in een mooie nieuwe tuin kunnen leven. Daar geeft Hij zelfs zijn leven voor. Niks geen roodborstjes gedachte. Seasons greetings?

vrijdag 16 december 2011

Wraakgevoelens….?


Hoe kom je eraan, zult u zich afvragen. Maar eerst waar het over gaat.
Kent u dit vers?
Verwees zijn kroost, verweeuw zijn gade,
laat op genad’ of ongenade
zijn kindren bedelen en dolen
en opgejaagd zijn uit hun holen.
Worde al wat hij had vergaard
Geplunderd en verbeurd verklaard.
Lang geleden denk ik dat u dit gezongen hebt. Maar het komt toch uit ons psalmboek. Psalm 109, in de berijming vers 4.
In deze Psalm staat deze zinsnede niet op zichzelf. Als u deze psalm doorleest schrik je van zoveel haatgevoelens. Je zou je schamen, dat er zulke teksten in je Bijbel staan. Dat je een hekel aan iemand hebt, kun je nog begrijpen. Maar dat je dan meteen zijn hele familie te gronde wil richten. Is dat ook wel christelijk? Heb je vijanden lief. Dat zij Jezus de Zoon van David. David zelf schrijft in deze Psalm heel andere taal.
Hoe kun je zulke dingen rijmen? Duidelijk is, dat David in de put zit. Nou ja in de put, het lijkt wel een heel diep ravijn. Maar in welk ravijn? Het ravijn van zijn bestaan? Is Davids plaats niet meteen aan het begin bepaald? God, die ik loof. Mijn God, de God waarvan ik houd, de God op wie ik vertrouw.
Wat opvalt, is dat David niet zegt: “Sterk mij in mijn strijd tegen mijn tegenstanders.” Neen, David roept God te hulp. Wat hem ook overkomen is of overkomt, God moet zijn pleit beslechten. Daar vertrouwt hij op en dat is het hem nu juist. Dat heeft hij even gemist, die hulp van zijn God. En eigenlijk vraagt hij aan God, of God nu eindelijk eens wil laten zien wie Hij is. Als dienaar van die God voelt David zich aardig in de steek gelaten. Hoewel….  Aan het eind van de Psalm staat:
De HEER zal ik prijzen met luide stem, hem loven te midden van velen, hij staat de armen ter zijde
en redt hen uit de greep van hun rechters.
Neen, Davids vertrouwen in Gods kunnen is niet weg. Hij lijkt alleen zijn verlossing te willen hier en nu. En ja, soms kan het gelovigen wel eens te lang duren, of te veel worden. En dan krijg je zo’n schreeuw om hulp.
Psalm 109 wordt gerekend tot de vloekpsalmen. Moeten wij nu mee vloeken? Laten wij net als David maar zeggen dat onze hulp is in de naam van de Here. Laten wij de afrekening maar overlaten aan onze hemelse Vader.
David leefde in een tijd die niet de onze is. En daarom kunnen wij in onze individualistische tijd ook nog wel wat leren van deze Psalm. Duidelijk zijn de familiebanden getekend, weliswaar van Davids tegenstanders, maar toch. Ieder individu was onderdeel van. Van het volk Israël, van de stam van Juda, van het volk van de Filistijnen, de Gibeonieten en ga zo maar door. Vandaar dat David om wraak smeekt ook over de gehele familie van de vijand.
Voor ons is het echter ook in deze tijd waarin individualisme hoogtij viert een les die niet alleen uit deze Psalm tevoorschijn komt. We kunnen ook in het nieuwe testament lezen dat hele gezinnen, huizen gedoopt werden. Je hoort bij die levensgemeenschap, dat is fijn voor je, want dan heeft God iets speciaals voor je. Niet zoiets van, dat maak ik zelf wel uit, neen, je hoor erbij. Een oud voorbeeld doet het nog altijd: Je wordt als Nederlander geboren, daar kun je zelf niets aan doen. Als je geen Nederlander wil zijn moet je er moeite voor doen om je nationaliteit te wijzigen.
Dat aspect van die groepsgebondenheid, groepsverbondenheid, dat verbond met de groep, de familie, het geslacht, vind ik terug in deze Psalm. Hier dan in een negatieve verhouding van vijanden van David, van God. Maar in het positieve, het verbondsvolk van God. Als je erbij hoort, er in geboren bent, dan ben je bevoorrecht. Je leven is begonnen met de belofte van God bij je doop. Je hoefde daar niets voor te doen. En je moet moeite doen om van God af te komen.
Hoe je van een vloekpsalm bij Gods verbond kunt komen.